Tussen de kip en de kalkoen …

In de afgelopen weken was ik tijdens gesprekken met ondernemers te vinden in de dorpen als Herpen, Berghem en het stadje Ravenstein. In het eerste halfjaar was ik juist voornamelijk in Oss te vinden. Waarom ben je vaker in de dorpen nu? Zijn die belangrijker dan de stad? Was een vraag die ik een aantal keer heb gehad … Dus als we aandacht hebben voor het één betekent dat, dat we tegen het andere zijn? Nee toch zeker? In het nieuwe jaar gun ik ons dat we elkaar wat minder vaak -tegenover- elkaar vinden.

In het temperament om als politiek duidelijk te zijn merk ik dat een discussie vaker verhardt en simpelweg leidt tottwee kampen. Dat zie je terug bij discussies over de kosten van de zorg, het behoud van religieus erfgoed, de inzet van zonneparken en windmolens, woningen bouwen in het nieuwe Walkwartier, woningen bouwen in de kernen, investeren in sportclubs, het faciliteren van laagdrempelig ontmoeten in de wijken, extra investeren in het centrum van de stad en zo kunnen u en ik nog wel even doorgaan. Als we de discussie niet verder kunnen brengen dan een voor of tegen is er altijd een groep teleurgesteld.

Een bindend verhaal helpt om die grote onderwerpen van nu, zoals sociale ongelijkheid, duurzaamheid en doorgeslagen rendementsdenken samen aan te pakken. Zoveel mogelijk zelfredzaamheid lijkt misschien een soort toverwoord maar dat is het volgens mij niet. Immers als de eigen individuele vrijheid bijna het belangrijkste is geworden voel je je daarin ook al snel aangetast. En dat leidt dan soms tot stevige conflicten. Het zou mooier zijn als we vaker redeneren vanuit wat mensen in een lokale gemeenschap bindt door op zoek te gaan naar de gemeenschappelijke deler. Want als puntje-bij-paaltje komt wil iedereen er samen uitkomen.  

Het klinkt misschien niet spannend maar je moet met elkaar in gesprek blijven, ook als je het met elkaar oneens bent of als er conflicten zijn. Een gesprek is toch het minimale? En het heeft geen zin om alleen met verkiezingstijd in gesprekte gaan, je moet steeds willen weten hoe we ervoor staan en waar de zorgen zitten. Als lokale overheid moet je oppassen om, in die gesprekken, de lokale gemeenschap steeds te vertellen hoe iedereen erover moet denken. 

Tijdens één van de #koffiezaken deed een ondernemer een dringend beroep om echt werk te maken van woningbouw in het dorp waar hij met een aantal medewerkers de kost moet verdienen. Hij formuleerde het naar mijn idee geweldig in een paar zinnen. De gemeente kan wel vinden dat wij hier geen behoefte hebben aan nieuwe woningen maar ik heb nog niemand gehoord die vindt dat betaalbare woningen hier niet moeten komen en Ik ben niet tegen grootschalige woningbouw in de stad Oss, maar laten we dat dan samen, met wat extra inspanning, ook hier realiseren

Tijdens de afgelopen feestdagen wilde ons oudste zoontje graag kip eten terwijl de jongste graag kalkoen wilde. We hadden kunnen proberen de oudste ervan te overtuigen dat kalkoen toch echt lekkerder is. We hadden ook prima één van de twee kunnen teleurstellen met een goeie uitleg. We kozen voor kip-kalkoen rollade. Suffe middenweg? Makkelijke keuze? Nou nee, het was gewoon super lekker en iedereen zat tevreden en stralend aan tafel. 

Graag tot volgend jaar en ik wens u voor nu een mooie jaarwisseling maar bovenal een gezond en goed 2020!

Initiatiefvoorstel “Klein Leningenfonds Osse Ondernemers”

De gemeenteraad Oss wordt gevraagd te besluiten:

Een financieringsinstrument in te stellen voor het MKB in de gemeente Oss van EUR 2,0 mio door de middelen te lenen op de markt en een risicoreserve te vormen van EUR 0,16 mio

Initiatiefvoorstel CDA Oss “Klein Leningenfonds Osse Ondernemers”

Onderwerp

Initiatiefvoorstel van het CDA Oss inzake de financiering van (innovatieve) MKB bedrijven in de gemeente Oss middels een “Klein Leningenfonds Osse Ondernemers”

Hoe in te zetten?

Het “Klein Leningenfonds Osse Ondernemers” een instrument te laten zijn om:

1) MKB centrumondernemers te enthousiasmeren en faciliteren zich te bewegen van de “schil” naar de “pit”

2) MKB ondernemers te faciliteren bij hun investeringen voor vernieuwing en innovatie

3) MKB ondernemers te faciliteren bij hun investeringen voor continuïteit

Inleiding

Een MKB ondernemer die continuïteit nastreeft om daarmee ook op lange termijn in zijn inkomen en dat van zijn medewerkers te kunnen voorzien zal moet blijven vernieuwen en investeren in zijn bedrijf. Een bedrijf verstevigt daarmee zijn concurrentiepositie, blijft werken aan onderscheidend vermogen en is in staat te anticiperen op veranderingen in de markt. De veranderingen in de markt hebben steeds vaker te maken met digitalisering, automatisering en efficiency van processen om aan de behoefte van klanten te kunnen blijven voldoen. We spreken steeds vaker van innovatie als een bedrijf vernieuwt en investeert en daarmee inspeelt op veranderingen in de markt. Feitelijk doen bedrijven dat al decennialang en worden ze daarbij gefaciliteerd door kredietverstrekkers om de investering (deels) te financieren.

Probleemstelling

Op basis van gesprekken met MKB ondernemers in Oss, op basis van de Financieringsmonitor van het CBS per 1 februari 2019 en op basis van de bevindingen van het CPB per 11 juni 2019 blijkt dat het micro- en kleinbedrijf nog steeds lastig toegang heeft tot een financiering, ook in Oss. Dit ondanks een toename van de mogelijkheden van crowdfunding, Qredits en een veelvoud van Business Angels.

Motivatie

Het CDA Oss constateert dat MKB van essentieel belang zijn voor de lokale economie. Zij geven kleur aan het ondernemerslandschap van onze gemeente en brengen de broodnodige diversiteit. Anderzijds brengen deze ondernemers werkgelegenheid en dragen bij aan het lokale verenigingsleven. Wij hebben in Oss ook deze MKB bedrijven keihard nodig, het is de onmisbare motor voor de Osse economie. Als we de economische structuur van Oss willen versterken en onze concurrentiepositie willen verbeteren dan kunnen we niet om het MKB heen. Het CDA Oss vindt, op basis van de beschreven probleemstelling, dat we MKB ondernemers moeten faciliteren omdat een sterk MKB bijdraagt aan onze lokale economie en werkgelegenheid. Daar waar de markt niet kan voorzien in een behoefte en waar er een ‘maatschappelijke noodzaak’ ontstaat kan de overheid een rol pakken om in die behoefte te voorzien.

Bevoegdheid

Onderliggend voorstel betreft autonoom economisch beleid. De gemeenteraad heeft het recht initiatiefvoorstellen in te dienen.

Risico’s

De risico’s die samenhangen met het instellen van het “Klein Leningenfonds Osse Ondernemers” betreffen de uitvoering en als gevolg daarvan een (te) groot debiteurenrisico. Indien te gemakkelijk een lening wordt verstrekt neemt het risico op wanbetaling toe en kan per saldo een negatief rendement ontstaan in het fonds. De risico’s worden op verschillende manieren gemitigeerd:

– cofinanciering met een bank en/of andere externe financier; gebruikmakend van de uitvoering van deze externe partij

– expertise inhuren voor het beheer en de uitvoering bij een externe partij die de essentie van het fonds onderschrijft

Toelichting

Een aantal ontwikkelingen op een rij:

I. In de periode 2008 – 2010 is de vermogenspositie van het MKB fors aangetast. En omdat de binnenlandse economie zich slechts langzaam heeft hersteld, hebben MKB bedrijven daarvan nog lang last gehad bij het verkrijgen van een financiering.

II. Het potentieel onderpand voor een krediet is sterk in waarde afgenomen en veel kredietverstrekkers hebben de bevoorschottingspercentages verlaagd. Bovendien wordt steeds vaker een sectorbeleid toegepast waardoor sommige sectoren op basis van dat beleid nagenoeg niet gefinancierd worden. Wat dan ook geldt voor de goed presterende uitzonderingen.

III. Het MKB moet ook investeren om als bedrijf “bij te blijven” en mee te kunnen doen in een veranderende markt en moeten veelal het wiel zelf uitvinden.

IV. Het is voor kredietverstrekkers kostbaar om de maatwerkbeoordeling van kleine kredietvolumes in te schatten. Bovendien kan dat ook niet altijd worden door vertaald in de tarieven. Daarom maken kredietverstrekkers steeds vaker gebruik van een geautomatiseerd proces waarbij de acceptatienormen strakker worden gesteld en waardoor meer ondernemers, bij aanvang, niet in aanmerking komen.

V. Specifiek voor middelgrote steden en dus ook voor Oss geldt een uitdaging voor veel detaillisten. Naast investeringen zoals beschreven is leegstand een bekend issue. Het zou een impuls kunnen geven wanneer meer detaillisten uit de ‘schil’ naar de ‘pit’ van Oss verhuizen en zich daarbij gesteund voelen middels een financiering.

Klein Leningenfonds Osse Ondernemers

De leningen zijn bedoeld voor het verrichten van investeringen in materiële vaste activa maar kunnen ook gebruikt worden voor het uitbreiden van werkkapitaal. De omvang van het merendeel van het Osse MKB bedrijf volgend, behoren tot de doelgroep bedrijven met 2 of meer medewerkers tot een maximum van 10 medewerkers.

Mogelijke kenmerken

Omvang EUR 2,0 mio, middelen eenmalig niet perse revolverend

Omvangen leningen EUR 25/M minimumbedrag tot EUR 250/M maximum

Looptijd lening afhankelijk van type investering of doel aanwending kapitaal gemiddeld 3 jaar, maximaal 12 jaar

Gemiddelde hoofdsom EUR 70/M

Rentepercentage 12 maands Euribor met zero-floor en een risico opslag conform richtlijnen van de EU (marktconform). Minimumpercentage 2,5% met een gemiddelde van 4%

Hefboomfinanciering minimaal 50% van de investering / kapitaalbehoefte gefinancierd door kapitaal derden

Beoordelingscriteria risicoprofiel, verdiencapaciteit en zekerheden van de onderneming

Kosten opbrengsten en saldo

Bij een initiële fondsomvang van EUR 2,0 mio is het begrote saldo van het fonds met kosten en opbrengsten mogelijk als volgt. Voor het fonds zal een risicoreserve worden gevormd van 8%. Op het einde van de looptijd van het fonds valt de voorziening uit het fonds weer vrij.

MKB Leningenfonds + EUR 2.000.000

Renteopbrensten + EUR 240.000

Afsluitprovisie + EUR 20.000

Kosten fondsbeheer – EUR 60.000

Risicoreserve – EUR 160.000

Eindsaldo EUR 2.040.000

Uitvoering en beheer

De volgende uitgangspunten zullen worden gehanteerd voor de uitvoering en beheer van het fonds.

– Uitvoering en beheer wordt belegd bij een uitvoeringsorganisatie die de grondgedachte van het fonds kan doorleven. Expliciet zal in overleg, bij de beoordeling meer geleund moeten worden op het perspectief in plaats van uitsluitend op het verleden.

– Voor het leningenfonds zal de bemiddeling zoveel als mogelijk worden gedecentraliseerd in de vorm van een aanspreekpunt op een plek in de gemeente Oss. MKB ondernemers kunnen zich hier richten met (aan)vragen over het fonds. De Osse banken en accountants kunnen hier een bemiddelende en informerende rol in spelen.

– Beoordeling voor de aanvragen voor het leningenfonds worden voorgelegd aan een kredietcommissie. In deze commissie wordt expertise geborgd.

Oss, 12 december 2019

CDA Oss

Mari van Kilsdonk

Sidney van den Bergh

“Lokaal ondernemerschap in een fractie van een seconde“

Vanavond was ik nog even op bezoek bij een lokale, ambachtelijke ondernemer. Gewoon even bijpraten, maar hij was nog hartstikke druk omdat de lokale vereniging hem om producten had gevraagd uit zijn winkel voor het komende evenement. Vandaag vrijdag 15 november is het de Dag van de Ondernemer. Is dat nou nodig zo’n dag? Ja dat is nodig, het is goed om met elkaar stil te staan bij het lef en doorzettingsvermogen van ondernemers en wat zij betekenen voor onze lokale gemeenschap. 
Ondernemerschap biedt kansen op werk en inkomen en levert belastinginkomsten op waarmee onze publieke voorzieningen kunnen worden betaald. In Oss hebben we ruim 100 bedrijven per 1000 inwoners. Ruim 18.000 mensen in onze gemeente werken bij ‘kleinere’ lokale bedrijven en dan heb ik het nog niet eens over de meer dan gemiddelde hoeveelheid ZZP’ers. Daarmee zijn ze de onmisbare motor voor de Osse economie. Deze lokale ondernemers werken niet voor “aandeelhouderswaarde” of voor de korte termijn. Vaak willen deze ondernemers gewoon een boterham verdienen, eventuele medewerkers van een inkomen voorzien, een mooi product of mooie dienst verkopen en bijdragen aan de lokale gemeenschap. Ze werken niet alleen voor de winst, maar ook omdat ze van betekenis willen zijn voor onze samenleving. Want als er lokaal wat te doen is vragen we hem al snel om een bijdrage te leveren. De sponsoring van een vereniging, iets lekkers bij de koffie tijdens een evenement of een advertentie in een clubblad. Soms wordt een leegstaande ruimte gevraagd of worden materialen geleverd om iets te kunnen bouwen. Ik vind dat mooi. Mensen en ondernemers bloeien en de gemeenschap groeit. 
Daarnaast zal die MKB ondernemer wel degelijk ook moeten blijven vernieuwen en investeren in zijn bedrijf. Hij moet daarmee zijn concurrentiepositie verstevigen en blijven werken aan onderscheidend vermogen. Daar moet je lef en doorzettingsvermogen voor hebben. Want de veranderingen gaat snel en hebben steeds vaker te maken met digitalisering en automatisering. En soms betekent dat dan het einde van iets waarmee je lang je boterham hebt verdiend. We gebruiken steeds vaker het woord ‘innovatie’ als een bedrijf iets nieuws gaat doen en daarmee inspeelt op veranderingen in de markt, maar eigenlijk is dat van alle tijden. Wat niet van alle tijden is, is dat u en ik als consument steeds vaker meer en meer keuze krijgen. Bijvoorbeeld in prijs, kwaliteit, levertijd en varianten. Voor veel aankopen besluiten we in een -fractie van een seconde- waar we de aankoop doen. Soms op basis van prijs, soms op basis van kwaliteit maar soms ook gewoon omdat … tja geen idee eigenlijk. 
Op de Dag van de Ondernemer nodig ik u uit om met mij stil te staan bij wat die -fractie van een seconde- betekent voor de ondernemer bij u om de hoek, die deel is van de lokale gemeenschap. En als we dan met elkaar kunnen afspreken dat we voortaan bij ‘twijfel’ waar we zullen kopen gewoon vaker kiezen voor de ondernemer in de buurt dan krijgt die Dag van de Ondernemer pas echt betekenis.

“De Luciakerk en de begroting 2020; het houdt me bezig”

Over de Luciakerk is al veel gezegd in de afgelopen weken, over Prinsjesdag is al veel gezegd in de afgelopen dagen en over de begroting van de gemeente Oss gaan we nog veel zeggen in de komende maand. Een misgelopen subsidie en een bezuinigingsopdracht, het zijn twee onderwerpen die me bezighouden en waarbij je, nadat alle stof is neergedaald, alleen maar tot de conclusie kunt komen… mouwen op.

We krijgen niet vaak de kans om een grote brok subsidie aan te vragen, laat staan dat we een kans krijgen voor een subsidie van ruim 2 miljoen euro. Veel geld en als een dergelijke subsidiekans zich voordoet, moet iedereen zich tot het uiterste inspannen om het voor elkaar te krijgen, ongeacht welke pet iemand op heeft. Je niet verstoppen maar ergens willen uitkomen en iets willen toevoegen aan de leefbaarheid. Samen om tafel waarbij iedereen gerespecteerd wordt om zijn onmogelijkheden, maar uitgedaagd wordt op zijn verantwoordelijkheid; parochiebestuur, gemeentebestuur, provincie, bisdom en gemeenschap.

Er is nog geen subsidie aangevraagd, er liggen brokstukken her en der, maar volgens mij wil iedereen vanaf nu samen vooruit kijken. De waardige manifestatie van afgelopen zaterdag was in de kern een gepassioneerde oproep om gehoord te worden. En ik herken en onderschrijf daarin ook de oproep van de voorzitter van het Loterijfonds om te komen tot dialoog. Afgelopen zondag was ik in Neerlangel, waar pastoor Spiertz een mooie openluchtmis opdroeg ter gelegenheid van de 150-jarige herinwijding van de ‘kleine Sint-Jan’. Ook in zijn woorden herkende ik, naar aanleiding van de lezingen, een aanzet tot ‘opnieuw beginnen’ en verbinding. Ik denk zeker dat er kansen zijn en wil betrokkenen vooral nogmaals uitnodigen in gesprek te gaan. Er als gemeenschap samen sterker uitkomen, kansen benutten en dat betekent vooral… mouwen op.

Deze week was het Prinsjesdag en naast de complimenten over de baard van onze Koning hoor ik toch vooral dat het economisch goed gaat met ons land. Er is ruimte voor investeringen. Aan de andere kant hebben we van wethouder Den Brok een bezuinigingsopdracht van 2 miljoen euro gekregen omdat de overheid minder geld in het gemeentefonds stopt. Het gemeentefonds is het geld wat de gemeente krijgt van het Rijk en wat gerelateerd is aan de uitgaven van het Rijk. Dus als het Rijk minder uitgeeft stopt ze ook minder in het Gemeentefonds en moet een gemeente bezuinigen. Raar systeem vind ik dat. Landelijk roepen dat je meer wilt investeren en de gemeente meer taken geven maar minder geld kan ik niet uitleggen.

Maar goed, voor de behandeling van die begroting zullen dus keuzes gemaakt moeten worden, ook voor wat betreft de voorzieningen. Bij investeringen in onze voorzieningen hoor ik in het gemeentehuis vaak de vraag: “Voor hoeveel mensen is dat dan?” Als dat het enige criterium is hebben we straks één groot ontmoetingscentrum en gaan we allemaal naar één grote voetbalclub, lekker efficiënt maar volgens ons niet gewenst. Iedereen begrijpt dat de vorm van onze voorzieningen verandert en dat het betaalbaar moet blijven naar de toekomst. Maar elkaar ‘ontmoeten’, samen sporten en dus omzien naar elkaar, draagt wel bij aan de leefbaarheid. Het brengt inwoners perspectief die samen willen knokken voor hun dorp of hun wijk. Die bevlogenheid, die betrokkenheid is het maatschappelijk rendement, ook wel sociale veerkracht genoemd. Precies dat rendement wat niet in euro’s is uit te drukken willen wij vaker terugzien in de investeringsafwegingen van onze voorzieningen.

De Luciakerk is een parel onder de kerken. De gemeente Oss is met de stad en al haar dorpen een ketting van 23 parels. Parels moet je goed verzorgen en blijven poetsen om ze te laten glanzen, werk aan de winkel, samen mouwen op!

(Column ‘Arena Lokaal’ 21/09/2019)

‘En wat is het maatschappelijk rendement?’

Voor de behandeling van de begroting van onze gemeente Oss zullen keuzes gemaakt worden, ook voor wat betreft ontmoeten en de investeringen in gebouwen die dat ontmoeten kunnen faciliteren. Om dergelijke investeringen te verantwoorden wordt in het gemeentehuis vaak de vraag gesteld: Voor hoeveel mensen is dat dan? Als dat het enigste criterium is hebben we straks één groot ontmoetingscentrum en gaan we allemaal naar één grote voetbalclub, lekker efficiënt maar volgens het CDA niet gewenst. Iedereen begrijpt dat de vormen van ontmoeten veranderen en dat het betaalbaar moet blijven naar de toekomst. Maar voorzieningen om elkaar te ontmoeten, al dan niet in combinatie met sporten, dragen wel bij aan de leefbaarheid in dorpen en wijken. Het brengt inwoners perspectief die met elkaar willen knokken voor hun dorp of hun wijk. Die bevlogenheid, die betrokkenheid is het maatschappelijk rendement, ook wel sociale veerkracht genoemd. Precies dat rendement wat niet in euros is uit te drukken willen wij in de investeringsafwegingen vaker terugzien. 

In het BD van afgelopen zaterdag las ik dat de wethouder zich afvraagt  – wat het nut en de noodzaak is van deze investering? – het gaat dan om de afgesproken bijdrage voor laagdrempelig ontmoeten in de Hille. Gemeenschapsgeld uitgeven ter verbetering van de cohesie of ter preventie is een van de kerntaken van een gemeentebestuur. We hebben het over 9.000,- euro per jaar op een gemeentelijke begroting van ruim 300 miljoen euro.

De Hille beschikte tot einde vorig jaar over een Wijkpunt wat zich had ontwikkeld tot een vorm van laagdrempelig ontmoeten. Elkaar zomaar tegenkomen is niet meer heel vanzelfsprekend en daarom is deze vorm van ontmoeten van belang in onze verder individualiserende samenleving. Gewoon een vertrouwde plek in de wijk waar iedereen kosteloos kan binnenlopen en activiteiten kan organiseren. Voor inwoners in een wijk is een dergelijke voorziening, waar iedereen gelijkwaardig is, zeer welkom. En dat is ook precies de reden waarom we in het collegeakkoord hebben afgesproken om toe te groeien naar een grotere variatie in voorzieningen voor ontmoeten omdat we hadden geconstateerd dat gemeenschapsaccommodaties nog onvoldoende -nabij- zijn voor laagdrempelig ontmoeten. Daarom moeten we experimenten zoals in De Hille juist omarmen, ervan leren en gebruiken om het begrip maatschappelijk rendement te definiëren. 

 We hebben als raad gesproken over het wijkpunt in De Hille en vastgesteld dat het nog best lastig is om het maatschappelijk rendement van laagdrempelig ontmoeten te berekenen. En na een goede discussie heeft de gemeenteraad ingestemd met de voorgestelde bijdrage; werk aan de winkel dus. Ik vind het dan jammer om in de krant te lezen dat, het gemeentebestuur, toch de behoefte voelt te nog eens te benadrukken hoeveel moeite het heeft met dit democratisch genomen besluit. Laten we samen blijven knokken voor voorzieningen waarbij we omzien naar elkaar door in de raad het maatschappelijk rendement mee te nemen in de afwegingen. En laten we vooral voorkomen dat we bij inwoners die gebruik maken van dergelijke voorzieningen onszelf uitsluitend de vraag stellen of dat financieel dan wel voldoende rendeert.

‘Wat is dat toch met die iconische gebouwen’

Als ik in een stad ben probeer ik me vaak te oriënteren aan de hand van bijzondere gebouwen. Sinds enkele jaren is er in de wereld van de architectuur sprake van ‘iconische gebouwen’. Ik geloof erin dat een stad met een herkenbare en eigen identiteit een geliefde stad is. En ik geloof er ook in dat iconische gebouwen daarvoor belangrijk zijn. Ze zijn herkenbaar en daarmee aanjager van een gebied, wijk of stad. Maar hoe gaan wij als verstandige rentmeesters om met die iconische gebouwen? Kunnen we eigenlijk wel de juiste keuzes maken?

Neem de Luciakerk in Ravenstein, de kloosters in Megen, de Grote Kerk in Oss, het stadhuis in Ravenstein, de Molen, de Sebastiaankerk in Herpen, allemaal iconische gebouwen. We hebben het over religieus en cultureel erfgoed. Dat gaan we alleen maar nog meer koesteren. In vroeger tijden stonden dit soort gebouwen volop in de aandacht: ze functioneerden als bakens en vormden een beeldmerk voor de gehele stad. In de huidige geseculariseerde tijd zijn zulke bakens niet meer vanzelfsprekend. De keuzes die we nu voor deze gebouwen maken zijn onomkeerbaar.

Het mooie initiatief van de werkgroep tot behoud van de Luciakerk in Ravenstein is typerend voor deze tijd en hun initiatief draagt bij om, in harmonie, de juiste keuzes te kunnen maken. En daarvoor zul je verschillende scenario’s naast elkaar moeten kunnen leggen. Samen werken aan scenario’s waarin je de kosten, het draagvlak en de uitvoerbaarheid degelijk uitwerkt. Dan weet je tenminste waar het over gaat. Waar praten we anders over? Verkopen en dan denken dat het probleem is weg is, is niet de oplossing. Ieder moet zijn verantwoordelijkheid nemen maar altijd met respect voor elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden. Om dit soort iconische gebouwen anno 2019 te behouden moet je schouder aan schouder keihard knokken en je beseffen dat wat je besluit onomkeerbaar is.

In Oss is er ook discussie over een iconisch gebouw. Het Walkwartier om precies te zijn, alleen in tegenstelling tot de Luciakerk moet het Walkwartier nog gebouwd worden. De vraag is nu of dat Walkwartier wel iconisch genoeg is. Het gebouw staat er voor de komende tientallen jaren en eerlijk is eerlijk, dit soort gebouwen in het centrum van de stad lenen zich er wel voor om een iconische uitstraling te krijgen. Maar ook hier zul je verschillende scenario’s naast elkaar moeten leggen om pas dan samen de afweging te maken. En wederom met respect voor elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden. Bij gebrek aan die scenario’s vervalt de discussie nu tot enerzijds of het iconische genoeg is en anderzijds tot de opmerking dat de alternatieven allemaal te duur zijn.

Ik wil de historische Luciakerk zeker niet vergelijken met een nog te bouwen Walkwartier maar in beide discussies over de vervolgstappen mis ik de scenario’s. Pas als je de scenario’s samen hebt uitgewerkt kun je in gesprek met elkaar, argumenten uitwisselen, de financiële mogelijkheden verkennen, het met elkaar eens of oneens zijn en een besluit nemen. En precies dat traject heb je ook gewoon keihard nodig voor het draagvlak van welke besluit je dan ook neemt. 

(Column ‘Arena Lokaal’ 23/05/2019)

‘Woning bouwen in dorpen’

Voor starters is het in kleine dorpen lastig om een eigen huis te vinden. Het bestaande woningaanbod is vaak te duur en nieuwe betaalbare woningen worden nagenoeg niet gebouwd. Daardoor ontbreekt het jongeren in die dorpen vaak aan perspectief om er te kunnen blijven wonen, terwijl we het juist ook voortdurend over ‘leefbaarheid’ hebben. Inwoners en met name jongeren slaan de handen ineen en presenteren hun behoefte aan betaalbare nieuwe woningen. En iedereen is welkom te helpen die initiatieven verder te brengen.

Het is woensdagavond en ik rijd naar huis nadat ik, samen met Mari, een goede avond heb gehad met jongeren in Overlangel. We hebben gesproken over betaalbare woningen en het perspectief voor wat betreft woningbouw voor jongeren en ouderen. In mijn vorige colums had ik het over ‘leefbaarheid’, het belang van woningen bouwen lijkt logisch maar is niet altijd vanzelfsprekend. En als de plannen er wel degelijk zijn mag er soms best wat meer tempo gemaakt worden.

Natuurlijk kun je je afvragen of er wel voldoende behoefte is in een dorp. Je wilt zeker niet ‘bouwen voor leegstand’. Toch denk ik dat als je besluit niets te bouwen een dorp het pas echt lastig krijgt op langere termijn. En bovendien is het niet uit te leggen aan iemand die al jaren op een woning wacht, dat er volgens de ‘prognose’ geen behoefte is. Je kunt je ook afvragen of je die jongeren niet meer zou moeten ‘sturen’ naar dorpen, wijken of steden waar nog wel volop gebouwd wordt en dus voldoende aanbod is. Toch denk ik dat deze jongeren gewoon dolgraag in hun geboortedorp willen blijven wonen. Juist om in die gemeenschap bij te dragen aan de leefbaarheid, omdat ze er hun roots hebben of omdat ze het er gewoon goed naar hun zin hebben. Immers wanneer mensen besluiten dat er niet voldaan kan worden aan de woonwensen ziet men zich vaak genoodzaakt te verhuizen en komt men nog zelden terug. Weg is dan weg.

Als je als grote gemeente een forse opgave hebt op het bouwen van woningen lijkt het voor de hand te liggen om wat grotere stappen te zetten en te kiezen voor grote woningbouwprojecten. Dat kan een keuze zijn maar ook kleine dorpen hebben recht op nieuwbouw en perspectief. Er moet steeds sprake zijn van een evenwicht. In de afgelopen periode heb ik gesproken met ondernemers die juist ook kansen zien in woningbouwplannen van kleinere omvang in kleine dorpen. Ik zou die ondernemers willen uitnodigen om daadwerkelijk in gesprek te gaan met de ‘kartrekkers’ in de dorpen om samen te komen tot een fraai plan.

Ook in Macharen hebben we onlangs gesproken met jonge mensen die maar wat graag samen willen werken aan een perspectief voor betaalbare woningen. De groep Van Gool heeft een fraai plan bedacht en is door de inwoners verkozen tot het winnende plan. Het plan is besproken met de wethouder en moet nu ook daadwerkelijk verder gebracht worden met een concrete vervolgstap. Die vervolgstap staat inmiddels gepland, mooi. En natuurlijk zal volgend jaar het dorp niet uitgebreid worden met tientallen woningen maar je werkt wel samen aan een perspectief, het creeeren van kansen en het bieden van maatwerk. Precies zoals beschreven in een coalitieakkoord.

De club ‘Bouwen In Overlangel’, kort genoemd BIO bereidt een volgende stap voor. En volgens mij moeten we dat vooral samen willen doen, samen met de markt, met de gemeente maar vooral met deze groep enthousiaste jonge mensen. Betaalbare woningen voor jongeren en ouderen die daardoor bijdragen aan het verbeteren van de ‘leefbaarheid’, juist ook in kleine dorpen. Ik vind het een mooi perspectief, ik zet me er graag voor in!

(Column ‘Arena Lokaal’ 28/03/2019)