Religieus Erfgoed in 2019; knokken voor resultaat!

In Nederland is de toekomst van religieus erfgoed inmiddels een serieus thema. En we hebben in 2018 echt stappen gezet. Verschillende partijen bewegen naar elkaar toe. Ik zag politieke partijen het onderwerp omarmen en de minister die een aftrap doet. Ik zie het provinciaal bestuur en het Bisdom met elkaar in gesprek. Op lokaal niveau pakken een paar politieke partijen een rol en de wethouder gaat aan tafel met het parochiebestuur. Ik wil er op vertrouwen dat dat ook echt iets concreets op gaat leveren in 2019. Dat zou een grote stap voorwaarts betekenen voor al dat geweldig mooi religieus erfgoed wat we rijk zijn. 

Onlangs was ik twee dagen in Rome voor een conferentie over religieus erfgoed met als thema “Doesn’t God dwell here anymore”. Er zijn ongeveer 25 landen vertegenwoordigd en de conferentiezaal, in één van de pauselijke universiteiten, vult zich iedere dag met circa 300 betrokkenen. Indrukwekkend om mee te maken, zondermeer leerzaam en vooral mooi om te horen hoe het thema in de verschillende landen wordt ervaren als een groot of juist een klein probleem.

Er zijn landen waar de kerken zijn verdwenen, of moesten verdwijnen, als gevolg van een oorlog en die nu weer in opbouw zijn. Er zijn landen waar ze nog steeds kerken tekort komen. Er zijn landen die de lege kerken juist gaan inzetten voor de diaconie. Er zijn landen waar de monumentencommissie geen rol heeft of juist landen waar de overheid een grote rol heeft en eigenaar is van de gebouwen.

In Nederland hebben wij ongeveer dezelfde situatie als in België en Duitsland. Ook onze aanpak lijkt op elkaar. Partijen gaan met elkaar in gesprek, erkennen elkaars rol en accepteren elkaars verantwoordelijkheid. Soms maak ik me zorgen over de betrokkenheid van parochianen of over de onomkeerbaarheid van sommige keuzes. Maar vooral ben ik tevreden over de beweging die is gemaakt in 2018. Het onderwerp staat meer dan tevoren op de agenda en we realiseren ons het belang voor toekomstige generaties.

Mijn wens voor 2019 is dat we, naast met elkaar in gesprek zijn, ook daadwerkelijk iets gaan doen en realiseren. Ik ben resultaatgericht en wil dat inspanningen ook tot iets leiden. Iets opleveren met een concreet resultaat, wat we kunnen uitleggen aan parochianen en niet-parochianen. Maar bovenal wat is besproken met de lokale gemeenschap en wat van toegevoegde waarde is. Ik wil ervoor werken, ik wil ervoor knokken. Ik wens u en uw dierbaren een gezegend Kerstfeest en alle goeds voor 2019!

Ondernemers gaan goed zeggen de cijfers … maar is dat wel zo?!

We hebben met 3,2% de hoogste economische groei in de afgelopen 10 jaar. De werkloosheid is landelijk gedaald naar minder dan 4%. De werkgelegenheid in onze gemeente groeit met 1,5%, huizenprijzen stijgen en we worden voortdurend geïnformeerd over een stijgende koopkracht. Dat is mooi niet dan? En toch lees ik deze week dat de kleine winkelier het lastig heeft en hoor ik van kleine ondernemers dat het “niet over houdt”. Het verhaal van deze kleine ondernemers is ook realiteit en juist daarvoor moeten wij de aandacht hebben en tijd nemen! Laten we maar eens beginnen gewoon te luisteren ..

Toen ik onlangs bij de slagerij buitenkwam liep ik een oude bekende tegen het lijf, we maakten een praatje en na een paar minuten wilde ik vertrekken vanwege donkere wolken en omdat ik met de fiets was. Ik had geen zin in een nat pak dus sprong ik op mijn fiets. Mijn gesprekspartner pakte meteen de telefoon erbij en vertelde mij dat het niet kon gaan regenen omdat Buienradar dat niet aangaf. De cijfers vertelden “droog” in Oss.

Inmiddels thuis dacht ik er nog eens over na. Grappig eigenlijk dat we vaak de cijfers erbij pakken en er blind op vertrouwen en gewoon klakkeloos aannemen. Terwijl de praktijk echt iets anders laat zien, inmiddels kwam het met bakken uit de hemel. Ik zie dat ook als we, met de cijfers in de hand, kijken naar het MKB. De cijfers zijn goed maar de praktijk laat ook een ander geluid horen.

Ik las deze week twee stukken in de krant over winkeliers die soms maar amper het hoofd boven water kunnen houden. Als ik praat met kleine ondernemers hebben ze volop werk maar blijft het, voor een heel aantal, lastig een fatsoenlijk rendement te maken. Als ik praat met ZZP’ers zijn er veel die aangeven dat het eigenlijk niet uitkan wat ze doen. Aan de andere kant is er bovenal een enorm vertrouwen, ambitie en doorzettingsvermogen om er het beste van te maken.

Wat mij betreft ga ik in 2019 volop in gesprek met deze kleine ondernemers. Zij hebben vaak geen tijd om naar bijeenkomsten te gaan of zich te verenigen voor een lobby. Deze ondernemers zijn meestal zelf volop bezig met hun vak en de dagelijkse operatie. Ze hebben veel minder gelegenheid om bezig te zijn met een toekomst visie of het anticiperen op allerlei nieuwe technologieën.

En juist bij deze kleine ondernemers verdienen veel Ossenaren de kost, wist je dat? Tijd maken voor deze groep ondernemers uit het peloton en luisteren naar waarmee zij geholpen zijn. Wordt binnenkort vervolgd want er is hier werk aan de winkel, wat de cijfers er ook van zeggen ..

Niet voor één Euro ..

Onlangs was ik op een bijeenkomst waar onder andere gesproken werd over een leegstaande kerk in de nabije omgeving. Het gezelschap bestond uit parochianen en niet-parochianen, jong en oud. Inzake de leegstaande kerk werd gedurende de avond geopperd dat het betreffende parochiebestuur de kerk dan maar zou moeten verkopen voor één euro. Wacht even, dacht ik, dat kan toch niet de bedoeling zijn!

Wanneer we verder praten over herbestemmen, is een grote uitdaging het kerkgebouw rendabel te exploiteren. Dat is niet zo eenvoudig en zeker niet wanneer het een grote kerk in een klein dorp betreft. Een kleine kerkje, met een zekere landelijke charme, krijgt over het algemeen eenvoudig een nieuw leven als woonhuis of bijvoorbeeld een bed-and-breakfast. Ook de kerken in de grote stad, veelal ingesloten tussen woonhuizen of winkelcentra, hebben best een prima kans op een fraaie herbestemming. De grote kerken in de kleine dorpen zijn voor de parochiebesturen de hoofdbrekers.

Om de exploitatie rond te krijgen of aantrekkelijk te maken voor de verschillende innovatieve plannen wordt relatief makkelijk geopperd dat de parochiebesturen of bisdommen de kerk dan maar beter voor een symbolisch bedrag van de hand kunnen doen. Dan zijn ze tenminste van het probleem af. “Oei”, denk ik dan. Realiseren we ons dat het betreffende gebouw met dubbeltjes en kwartjes is opgebouwd door voorouders? Dat in het verleden parochianen zichzelf zaken hebben ontzegd om samen hun kerk te kunnen onderhouden? Dat het gebouw met al zijn interieur en grond echt een veelvoud waard is?

Ik vind het nogal wat om, ondanks dat de kerk niet direct zelf een alternatief heeft, te vragen het kerkgebouw dan maar voor een appel en een ei weg te geven. Nog los van de vraag of het “goed bestuur” is, kunnen we ons er allemaal iets bij voorstellen dat een parochiebestuur dat niet graag besluit. Twijfel roert zich in een dergelijke discussie over bijvoorbeeld argumenten als “onbetaalbaar”, “geen alternatief”, “toenemende onderhoudskosten” en “we kunnen er niets mee”.

Met name die laatste doet pijn wanneer een aantal jaar later een commerciële partij een gebouw weet te herbestemmen met een acceptabel rendement. Of een gemeente die subsidieert voor een nieuwe bestemming. Ik ben zeer zeker niet wars van een goed rendement maar  laten we samen accepteren dat iedereen daar zijn deel in moet kunnen realiseren. Het is goed een reële dialoog te hebben met elkaar ook wanneer sprake is van groot achterstallig onderhoud. In de woningmarkt worden woonhuizen met achterstallig onderhoud verkocht als “markant woonhuis met potentie” en daar gaat de deur voor iemand met één euro in zijn portemonnee echt niet open..

In de Osse pilot Erfgoed doet iedereen gewoon mee!

Sinds een aantal weken is Oss één van de zes pilotgemeenten voor het maken van een Kerkenvisie. In aanloop naar dat besluit hebben allerlei groepen zich met de gemeente Oss ingezet om één van de zes te mogen zijn. Waarom? Simpel, de pilot, het schrijven van een Kerkenvisie; het zijn instrumenten om met elkaar in gesprek te gaan. Parochiebestuur met parochianen, bewoners, erfgoedinstanties, monumentencommissies, het bisdom, de gemeente, ambtenaren, vastgoedspecialisten, wijkraden, dorpsraden en in Oss doen ook de moskeeën gewoon mee!

In de afgelopen weken las je voortdurend over de teloorgang van onze kerken, meningen buitelen over elkaar heen, de één heeft nog schokkendere cijfers dan de ander. Tja, wat moet ik daarvan denken? Aan de andere kant merk ik dat de Poolse vieringen in onze Katholieke kerken steeds drukker bezocht worden met iedere zondag een paar honderd kerkgangers. In de kerken in de stad zien we relatief steeds meer betrokkenheid van jonge gezinnen. En tijdens het vrijdagmiddaggebed is het druk met jongeren en ouderen in de moskeeën.

Ik ben een realist en zie natuurlijk dat de reguliere zondagsviering, met name in de kleine dorpen, nog door slechts enkelen wordt bezocht. Het is dus wel degelijk tijd voor een plan, want dat hebben we namelijk nog niet. We kennen elkaar eigenlijk nauwelijks, jammer is dat.

Daarom ben ik blij met de pilot Religieus Erfgoed voor Oss, het is goed te zien dat het college nu met een motie gevraagd is concreet actie te  ondernemen. Weet u, Oss heeft veel religieus erfgoed met kerken, kloosters, parochiehuizen, pastorieën, kruizen, kapellen en moskeeën.

Wat verwacht ik nou eigenlijk van een Kerkenvisie? Ik vertrouw erop dat we de weerspiegeling mogen teruglezen van wat parochianen en bewoners met elkaar hebben besproken. Ik vertrouw erop dat parochiebesturen lokaal hun verantwoordelijkheid gaan pakken. Ik vertrouw erop dat de gemeente en haar ambtenaren hun expertise zullen delen en de processen versoepelen. Ik vertrouw erop dat het Bisdom ruimte geeft aan het lokale geluid en dat erfgoedinstanties en monumentencommissies ruimte geven aan innovatieve gedachten. Ik vertrouw erop dat vastgoedspecialisten met respect en eerbied de discussies tegemoet treden en ik vertrouw erop dat wijk- en dorpsraden meedoen. Het is goed dat iedereen meedoet!

Dat gesprek, die dialogen over de rooms-katholieke-, protestantse- en moslimgemeenschap heen is van grote waarde. Moeilijke keuzes maken en samen werken aan gedachten en beelden voor Religieus Erfgoed los van geloof is de grootste stap voorwaarts. Dat vraagt een open houding, een kwetsbare opstelling en commitment. Het gesprek, over alle godsdiensten heen, ook met bewoners van de gemeente die niet geloven is noodzakelijk. Maar ook het willen begrijpen wat gelovigen nodig hebben is voorwaardelijk voor succes. Daarmee creëer je wederzijds begrip en respect voor elkaars behoeften en standpunten. En als je die uitkomsten weet vast te leggen, dan heb je draagvlak, dan heb je een plan en dan heb je pas een visie!

Alle betrokkenen veel wijsheid en succes! En beste lezer ik houd u, met deze blog, op de hoogte van de ontwikkelingen in Oss.

De opbrengst kun je maar één keer uitgeven ..

Onlangs las ik een artikel over de duizenden kerken die de komende jaren leeg komen staan. Ze worden aan de eredienst onttrokken en ‘komen dan op de markt’ zoals dat gezegd wordt. Veel kerken zijn gebouwd op een prachtige plek in het midden van een dorp of stad en zijn daarmee aantrekkelijk voor nieuwe initiatieven en ontwikkelaars. Ik vraag mij al langer af of de kerk niet zelf een actieve rol zou moeten willen pakken in plaats van dat de kerk verkocht wordt. De opbrengst van een verkoop kun je maar één keer uitgeven. Verhuuropbrengsten daarentegen komen steeds terug.

Door het teruglopend kerkbezoek en de teruglopende inkomsten komen parochiebesturen steeds vaker voor een ingewikkelde keuze te staan. Gaan we de kerk handhaven of gaan we de kerk aan de eredienst onttrekken? En als we haar dan aan de eredienst gaan onttrekken, wat gaan we dan doen? Gewoon alleen de deur op slot? Of herontwikkelen? Of herbestemmen? Of verkopen? Volop keuzes waarbij ook de parochianen een stem moeten hebben.

Steeds vaker is het besluit: verkopen. Bij verkoop kan men eenmalig de verkoopopbrengst gebruiken om de overige kerken en religieuze monumenten te onderhouden. (Maar) op die manier komt er (echter) een keer een moment dat de laatste kerk verkocht wordt. Hoe minder kerken of religieuze gebouwen je als parochie nog in bezit hebt hoe minder je nog kunt verkopen en hoe minder middelen er zijn voor het onderhoud van de kerken die je voor de toekomst wilt koesteren. Ik denk dat het goed is dat parochies zich realiseren dat dat model eindig is, en dat het verstandig is om na te denken met welke middelen we kerken die we willen laten overleven, gaan onderhouden. Een model waarbij je dat doet op basis van eenmalige opbrengsten is niet gewenst. Je hebt structurele, constante inkomsten nodig.

Er wordt wel gezegd dat de kerk zich met name bezig moet houden met haar pastorale taak en niet met het bouwen van een vastgoedportefeuille. Natuurlijk is dat zo, anderzijds zijn de kerken vaak gebouwd met de dubbeltjes en kwartjes van onze voorouders en om het dan nu maar te verkopen zodat het kan worden herontwikkeld door de markt voelt ook niet altijd goed. De kerk mag best zelf verhuren. Natuurlijk is dat niet zonder risico, maar in de huidige tijd van lage rentestanden zijn de rente-inkomsten op spaargeld veelal onvoldoende om het onderhoud te financieren. Daarom kan een zelf ontwikkelde en zelf gefinancierde hoeveelheid gebouwen, bestemd voor de verhuur, een mooie constante stroom inkomsten opleveren. En die inkomsten kan de kerk goed gebruiken, namelijk voor het onderhouden van de kerken die ze de komende decennia in stand wil houden – als kerk en als religieus erfgoed. Ik zou de parochies en de bisdommen willen uitdagen hierover eens met elkaar na te denken. Verkopen kan altijd nog, en verkopen kun je tenslotte maar één keer…

Even afwachten .. ?

Ter voorbereiding op de raadsvergadering van morgen was ik deze middag even op bezoek in het Huis van de Wijk. In de plannen van het nieuwe wijkcentrum D’n Iemhof wordt voorgesteld rekening te houden met de komst van het Huis van de Wijk.

Het Huis van de Wijk is een fraai initiatief van burgers, voor burgers. Mooi te zien hoe betrokken bezoekers volop in de weer zijn om het initiatief iedere dag tot bloei te laten komen en te verbeteren. Iedereen kan er kosteloos binnen lopen, iedereen kan er kosteloos activiteiten organiseren en iedereen kan er kosteloos koffie en thee drinken. Maar iedereen wordt ook gevraagd mee te doen en mee te helpen waar mogelijk.

Nog even niet allerlei professionals met volop expertise, nog even geen strakke locatie en nog even geen georganiseerde omgeving. Het Huis van de Wijk organiseert zichzelf en kan eenvoudig zelf bijstellen. Innovatief organiseren, super toch! Zelforganiserend noem je dat ook wel in het bedrijfsleven of misschien wel zelfsturend? Burgerinitiatieven houden onze gemeenschap leefbaar en door de uitvoering bij betrokkenen te laten, voelen zij zich ook echt verantwoordelijk.

Inmiddels zijn we bijna anderhalf jaar verder en mag het Huis van de Wijk circa 300 bezoekers per week verwelkomen. Is dat een succes? Geen idee, ik weet niet wat oorspronkelijk de ambitie was.

Natuurlijk heeft de laagdrempeligheid te maken met de betaalbaarheid maar juist ook met de flexibiliteit die gehanteerd wordt. Voor veel mensen is een laagdrempelige voorziening waar iedereen gelijkwaardig is van groot belang. Daarnaast is er ook vaak sprake van een sociaal maatschappelijk effect. Maar het begint met mensen die samen iets bedenken en doen.

Het Huis van de Wijk heeft potentie, maar het is nog een experiment. Het experiment moet zich nog bewijzen en op een later moment moet worden vastgesteld wat de beste vorm en plek is voor dit burgerinitiatief. Als uit de evaluatie zou blijken dat het Huis van de Wijk past in de D’n Iemhof is dat mooi, ik zou er rekening mee houden .. maar het is nog niet zeker, even afwachten ..

Ruïnes vertellen ook een verhaal …

In de dialoog over de toekomst van onze kerken komen vaak dezelfde beelden naar voren. Enerzijds kunnen we kerken proberen te behouden als kerk, inclusief alle onderhoudsverplichtingen, anderzijds kunnen we kerken aan de eredienst onttrekken en ze transformeren of afbreken. In Frankrijk kennen ze nog een optie: heel langzaam laten vervallen tot ruïne. En het rare is dat ik het wel bij Frankrijk vind passen. Niet bij Nederland… of toch?

Terwijl ik deze blog schrijf ben ik met mijn gezin in Frankrijk en hebben we vanmorgen een kaars opgestoken in een kleine kerk hier vlakbij het strand. In de kerk is een ploeg dorpsbewoners aan het werk en als parochiebestuurder ben ik geïnteresseerd hoe het besturen van een parochie in Frankrijk gaat. Tijdens een uitgebreide koffie word ik bijgepraat en er sluiten steeds meer mensen aan, tot we een levendige, gepassioneerde discussie hebben.

Ook in Frankrijk hebben parochies te maken met teruglopend kerkbezoek. Ook hier is sprake van parochiefusies. En ook hier hebben parochies te maken met teruglopende inkomsten. In de kerk waar we zijn is tienmaal per jaar een dienst, heel minimaal dus. Maar ze zijn er maar wat trots op.

Het kerkgebouw is eigendom van de gemeente en daar ligt dus de verantwoordelijkheid voor het onderhoud. De inkomsten van de parochie zijn ten behoeve van de diaconie. In Frankrijk kennen ze geen monumentencommissie die de staat van het gebouw vaststelt en in een rapport de gebreken opsomt die aangepakt moeten worden. Als je onze kerkgebouwen vergelijkt met die in Frankrijk, verkeren onze kerkgebouwen in een topconditie. Maar laten we vooral ook vaststellen dat dat, ondanks overheidssubsidie, de parochies veel geld kost.

Om die reden staan parochies op enig moment voor de keuze wat te doen als, in een leeglopende kerk met teruglopende inkomsten, de kosten van het onderhoud steeds zwaarder drukken. Transformeren naar een nieuwe bestemming die recht doet aan de historie of in een uiterst geval afbreken om plaats te maken voor appartementen? Tijdens ons gesprek lijkt dat in Frankrijk op het platteland toch wat lastig, terwijl er in mijn beleving vaak prima een chambre d’hotes gevestigd kan worden.

Een kerk vertelt immers de geschiedenis van het dorp, van de omgeving en van mensen die er hebben gewoond. Het is een essentieel onderdeel van de cultuur, ook in Frankrijk. Zelfs bewoners die niet meer naar de kerk gaan vinden het vaak te ver gaan als het kerkgebouw wordt afgebroken of wordt getransformeerd. Juist om dat verhaal en om die geschiedenis. En er is hier een prima alternatief wat wij in Nederland niet kennen: geen groot onderhoud meer en langzaam laten vervallen tot ruïne. Want ook een ruïne vertelt de geschiedenis en trekt over honderden jaren mensen om te kijken naar het verhaal.

Ik rijd middags weer weg en zie bij verschillende kerken het onkruid uit de kerktoren groeien, terwijl door de grote zware ongeverfde kerkdeur toeristen naar binnen gaan en binnen dorpelingen in gebed zijn en kaarsen branden. Tja, het is een optie…