Woonperspectief Ravenstein

Onlangs las ik in het Brabants Dagblad over jongeren in Ravenstein die een dringende oproep hebben om toch vooral te beginnen met nieuwbouw projecten in Ravenstein. Het was niet de eerste keer overigens dat daarover werd geschreven en iedereen kent wel iemand die uit het mooie stadje is vertrokken omdat er nagenoeg geen nieuwe woningen bijkomen. We zijn het er allemaal over eens dat het noodzakelijk is om nieuwe woningen te bouwen. Ik zou zeggen grootschalig, vlakbij het station. Maar durven we ons in alle voorzichtigheid ook af te vragen of je samen dan niet het gesprek moet hebben of een deel van die woningen dan moeten komen op de plek waar nu gevoetbald wordt? En waar moet die voetbalclub dan naar toe? Wat zijn dan de opties?

In de afgelopen twee jaar heb ik serieus veel mensen gesproken over nieuwbouw in Ravenstein. Ik benoem dan de grootschalige woningbouw en niet de kleine projecten op een aantal ‘inbreidingsplekken’. En het gaat in die gesprekken dan altijd over perspectief. Een mens heeft behoefte aan perspectief, dat geeft ons de energie om zaken aan te pakken en door te gaan, ook als het tegenzit. Dat is niets nieuws trouwens, ons mam noemt het ‘hoop doet leven’ maar de strekking is ongeveer wel hetzelfde. Hoe dat eruit moet zien is bij iedereen anders en het is goed om dat te respecteren. Iemand die fijn woont in Ravenstein denkt misschien anders over grootschalige nieuwbouw dan iemand die er dolgraag wil wonen. 

Toen het nog kon had ik deze zomer een goed gesprek met een aantal mensen op het terras bij De Keurvorst. Stuk voor stuk maatschappelijk betrokken. Grootschalige nieuwbouw is niet alleen van belang voor de mensen die er straks gaan wonen, maar ook voor de ondernemers die er nu gevestigd zijn. Of voor de ondernemers die zich er misschien willen gaan vestigen. Het is van belang voor het verenigingsleven in welke vorm dan ook. Het is van belang voor mensen die er nu wonen omdat er meer kansen komen voor junioren. Omdat je daardoor een evenwichtige bevolkingsopbouw krijgt. Het is van belang voor de soorten van voorzieningen, commercieel of gesubsidieerd.  

Maar het is vooral ook van belang omdat je daarmee een ambitieuze maar realistische stip op de horizon zet. En dat is nodig. En dan hoort daar misschien ook wel een gesprek bij over een mogelijke locatie, een locatie waar nu gevoetbald wordt. Geen populaire uitspraak natuurlijk. Maar in de behoefte aan perspectief op nieuwbouw is het, denk ik, een onderwerp wat je met elkaar bespreekbaar moet maken. Zonder te speculeren op de uitkomst, gewoon met gezond verstand en met respect voor het perspectief van iedereen, een goed gesprek hebben. 

Investeren in “dichterbij”

Het is ook in deze tijd dat me regelmatig gevraagd wordt wat te doen; investeren of sparen. Niemand kan in de toekomst kijken en voorspellingen leiden niet zelden tot een teleurstelling. De vraag; investeren of sparen is van alle tijden. Wat wel specifieker voor deze tijd lijkt te gelden is dat we meer en meer -dichterbij- investeren. In onze directe gemeenschap, de directe buurt, in ons dorp of onze stad, onze provincie en ga maar door. Het zou mooi zijn als we dat blijven doen.

Het woord investeren wordt vaak in ruimere betekenis gebruikt, waarbij de nadruk wordt gelegd op een uitgave nu, die opbrengsten in de toekomst genereert. Maar investeren is ook een opoffering van tijd of mankracht ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald. En wat het afgelopen halfjaar vooral ook heeft laten zien is dat die opoffering van tijd en mankracht keihard nodig is om onze maatschappij draaiende te houden. Die veerkracht is, naast de inzet van instanties en de overheid, van onschatbare waarde voor onze samenleving. Tijd om de buren te helpen omdat ze het zelf niet kunnen, tijd om een stuk te gaan wandelen met iemand die er alleen voor staat, tijd om de sportvereniging een helpende hand te bieden als vrijwilliger, tijd om vaker thuis samen te eten en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ieder van ons herkent het en al die kleine opofferingen zijn -dichterbij- investeringen voor een doel voor de langere termijn: Een aangename en fijne gemeenschap om in te wonen en werken. 

Wat ook van onschatbare waarde is, is de aandacht voor lokaal ondernemerschap. Doordat we het afgelopen halfjaar meer vanuit huis hebben gewerkt, minder op vakantie zijn geweest en net iets meer tijd hebben genomen voor de dagelijkse boodschappen hoor je van een aantal ondernemers dat ze dat merken in hun winkel. We kopen niet alles digitaal en besluiten wat vaker naar de lokale bakker of slager te gaan. Daarnaast komen er initiatieven waarbij mensen die thuis moeten werken besluiten om samen een plek te huren en van daaruit gezamenlijk te werken. Er  is stevig gewerkt in de tuinen en er was volop aandacht voor de woonplek thuis. Bewust of onbewust allemaal kleine opofferingen, kleine investeringen in -dichterbij-. 

Ikzelf werk in Amsterdam en ging tot een halfjaar geleden 4 tot 5 dagen in de week naar kantoor. Inmiddels werk ik veel thuis net als mijn collega’s en volstaat 2 dagen in de week Amsterdam ook. Ik snap heel goed dat velen van ons naar hun werkplek toe moeten om hun werk te kunnen doen maar er komen ook meer mensen die meer vanuit huis gaan werken. -Dichterbij- wordt belangrijker. 

Soms hoor ik de vraag of al dat -dichterbij- dan niet een kneuterig wereldbeeld maakt. Investeren in de directe omgeving, opofferingen in tijd voor het lokale verenigingsleven, aandacht voor mensen in onze directe omgeving is allesbehalve kneuterig. Wie niet voor zijn direct omgeving kan zorgen kan dat ook niet elders. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de langere termijn. De omstandigheden hebben er extra aandacht voor gevraagd, maar samen zorgen voor de lokale gemeenschap is iets wat diep in ons zit. Ik vind dat mooi, laten we er niet op besparen.

Hoe ver is ‘dichterbij’ .. ?

Het lijkt erop dat we langzaam maar zeker ons oude leventje weer gaan oppakken, we pakken de draad weer op. Laat ik voorop stellen dat het ontzettend fijn is dat we meer ruimte krijgen. Dat we na weken van thuiswerken en thuisonderwijs weer op pad kunnen, gewoon zoals het was. Toch, of misschien toch niet. 

Ik werk voor een internationaal bedrijf en ga vier tot vijf keer per week met de trein of met de auto naar Amsterdam. Meestal met de trein wat een reistijd betekent van ruimt 2,5 uur per dag. Dat heeft vanzelfsprekend ook impact op ons gezin; vaak vroeg op pad en laat thuis. In de afgelopen tijd heb ik me gerealiseerd wat het betekent om niet ruim 10 uur reistijd te hebben. Samen met mijn collega’s werk ik nu op afstand en online via Skype, Zoom, conference calls noem maar op. De hele dag telefoonoortjes in mijn oren, de hele dag door bellen vanachter een scherm. Soms word ik ’s-nachts wakker omdat die oortjes nog in mijn oren lijken te zitten en toch…het werkt. Het is niet optimaal en je moet elkaar ook af en toe echt live kunnen zien maar we lijken een manier gevonden te hebben. Hoe mooi is het om, door dat thuiswerken, tussen de middag met elkaar een boterham te kunnen eten. Hoe gaaf het eigenlijk is om, tijdens een lang telefoongesprek, een flinke wandeltocht te kunnen maken in de directe omgeving. Of om net wat meer tijd te hebben voor een kop koffie met iemand die dat even nodig heeft. Eigenlijk wisten we dat allemaal allang maar nu worden we toch met de neus op de feiten gedrukt. Is het een nieuwe realiteit vraag ik me af .. ? Ik heb dat in ieder geval gewaardeerd ondanks de verdrietige gebeurtenissen die er ook waren. 

Een vriend van me had met zijn gezin een vakantiereis naar de Verenigde Staten gepland. Het was al snel duidelijk dat die reis dit jaar niet zou doorgaan maar het bracht hem met zijn gezin ook tot een ander gesprek. Wat meer ‘dichterbij’ is helemaal niet verkeerd, want de directe  omgeving heeft veel moois te bieden. Ook dat wisten we allang en hier gaan we, denk ik, noodgedwongen ook sneller kiezen voor ‘dichterbij’. Ik vind dat mooi maar of het een nieuwe realiteit zal zijn weet ik nog niet.

Of er sprake zal zijn van een nieuwe realiteit of niet en hoe die er dan wel of niet uit zal zien is nu niet zo van belang. Ik denk dat ‘dichterbij’ belangrijker wordt. Omzien naar hoe je buren het maken of die alleenstaande man aan het einde van de straat. Dat we, als we de keuze hebben, misschien vaker kiezen om ‘dichterbij’ huis te werken. En dat we misschien ook wel vaker kiezen om ‘dichterbij’ huis te recreëren. Wat mij betreft de opgave om, als lokale gemeenschap en lokale overheid, nadrukkelijk te werken aan een zo aantrekkelijk mogelijk ‘dichterbij’. Of is ‘dichterbij nog ver weg .. ? 

 

 

‘Wanneer er geen geld binnenkomt, houdt het een keer op …’

Sinds een flink aantal weken zijn sommige bedrijven op slot. Dat betekent dat er geen omzet binnenkomt terwijl rekeningen toch betaald moeten worden. Het behoeft, volgens mij, geen toelichting dat wanneer er geen geld in de kassa-lade komt het heel lastig is om dat nog lang vol te houden. De landelijke overheid heeft maatregelen genomen waardoor de eerste nood wordt geledigd. Maatregelen die iets doen voor de hoeveelheid geld op de bankrekening van een bedrijf. Want sommige getroffen ondernemers hebben nu vooral een tekort aan geld op de bankrekening. 

Laat ik voorop stellen dat veel soorten van bedrijven fors geraakt worden en dat wat ik hieronder schrijf ook voor hen geldt. Toch als voorbeeld de horeca waar de omzet nagenoeg volledig is stilgevallen. Trouwens het volledig wegvallen van bezoekersstromen naar café, terras, theater en restaurant is niet alleen een economische schok maar heeft ook gevolgen voor onze behoefte om elkaar te ontmoeten en samen een biertje te drinken.

We zullen ook in Oss als lokale overheid moeten willen onderzoeken hoe we op korte termijn kunnen helpen. Want de consequentie van een snel slinkend saldo op de rekening van een onderneming is zorgelijk. Ervoor zorgen dat je over voldoende geld beschikt is een belangrijke voorwaarde voor het voortbestaan van een bedrijf. En als je als bedrijf even niet voldoende geld op rekening hebt, wil dat niet zeggen dat je een slecht bedrijf zonder winst bent. Al staat een onderneming er op papier nog zo goed voor, wanneer er geen geld binnenkomt houdt het een keer op. En als bedrijven daardoor failliet gaan, met alle gevolgen voor hun medewerkers van dien, moet er daarna weer met man-en-macht geïnvesteerd worden om wat op te bouwen.

Daarom een paar suggesties; de gemeente kan bijvoorbeeld de OZB belasting voor ondernemers spreiden over een langere periode zodat het bedrijf meer tijd krijgt om te betalen. Want het is mooi dat er nu een uitstel geldt maar als je in februari per saldo alles in één keer moet betalen kan dat alsnog leiden tot een acuut geldtekort. En een lokale overheid is simpelweg beter in staat om een tijdelijk kastekort te financieren dan een lokaal café of restaurant. Daarnaast zullen we moeten durven overwegen om bepaalde belastingen niet in rekening te brengen. Want als je onder normale omstandigheden betaalt voor het gebruik van terrasruimte en dat terras mag nu niet open is het raar om daarvoor toch te moeten betalen. En zo zijn er ongetwijfeld meer zaken te benoemen die van invloed zijn op rekeningsaldo van lokale ondernemers. Ik zou de gemeente vooral willen oproepen om er nu werk van te maken en niet pas over een halfjaar, want dan is het voor veel bedrijven misschien te laat.

Onder leiding van hun burgemeester zaten pandeigenaren, brouwerijen en huurders in Breda samen om tafel om te komen tot een gedragscode “Ketensolidariteit”. Klinkt heel gewichtig maar ze hebben eigenlijk gewoon afgesproken dat ieder een derde van de huursom voor zijn rekening neemt. Dat is mooi want ook dat heeft weer een positief effect op het rekeningsaldo van van bedrijven. Iets voor Oss toch?

In navolging van de landelijke maatregelen is het tijd om ook hier in Oss met maatregelen en initiatieven, als in Breda, te komen. Daadkrachtige besluitvorming en heldere lokale interpretatie van landelijke richtlijnen is nodig. En er zullen best hele goede argumenten te bedenken zijn waarom we dat nu nog niet moeten doen. Maar als wij het lokaal niet samen doen, wie dan wel. En als we het nu niet doen .. dan houdt het een keer op.   

(Ingezonden brief Arena Lokaal 8 mei 2020)

En met die veerkracht …

Sinds drie weken zit ik, net als veel Nederlanders, thuis en probeer zo goed als mogelijk thuis mijn werk te doen. En bij het schrijven van deze kolom stel ik mezelf de vraag waar ik het met u over zal hebben in deze bizarre tijd. Het voelt gek om niet te schrijven over wat ons allemaal zo raakt op dit moment.  

Ik kan schrijven over de geweldige inzet van iedereen die werkt in de zorg. Of je het nu hebt over mensen op de IC of over de verzorgers in de ouderenzorg. Ik bewonder hun wilskracht  om er nu te zijn voor iedereen die hun aandacht keihard nodig heeft. Ze hebben gekozen voor dit vak maar worden geconfronteerd met beelden die ze niet meer gaan vergeten. Het is geruststellend dat we steeds op zorgmedewerkers mogen en kunnen vertrouwen. 

Ik kan ook schrijven dat ik zorgen heb over wat de impact zal zijn op onze economie. Dat veel ondernemers nu alles op alles moeten zetten om hun bedrijf door deze tijd te loodsen zonder het resultaat van hun inspanningen te kennen. Maar ook dat de landelijk genomen maatregelen daarbij keihard nodig zijn. Die maatregelen helpen trouwens niet alleen ondernemers maar kunnen ook helpen in het behouden van werkgelegenheid zodat we een boterham kunnen blijven verdienen. 

En als ik dan de vele berichten lees die ik van ondernemers ontvang denk ik soms; hoe lang gaan we dit met elkaar volhouden? Moeten we niet het gesprek hebben over wat de impact zal zijn op lange termijn? En toch .. wanneer ik dan weer een arts spreek, begrijp ik maar al te goed dat we eigenlijk geen keuze hebben nu.  

Ik kan ook schrijven over de sociale contacten die we anders moeten invullen. Een fysiek bezoek aan mijn ouders vind ik toch echt veel leuker, maar we begrijpen allebei dat dat niet verstandig is en dus zwaaien we vrolijk vanachter een beeldscherm. Maar hoe verdrietig is het voor de bewoners van verpleegtehuizen die maar moeilijk kunnen begrijpen dat hun kleinkinderen of familie niet meer op bezoek komen. Of voor mensen die echt afscheid moeten nemen zonder die laatste knuffel. 

Ik zou ook kunnen schrijven over hoe je als gezin ook maar wat probeert. De juf en meester hebben fijn uitgewerkte opdrachten en doen er alles aan om een goede invulling te geven aan het “thuis leren”. Heel mooi maar ik realiseer me ook dat er kinderen zijn die liever naar school gaan omdat het thuis niet altijd even fijn is. En dan heb je ook het bedrijf waarvoor je werkt en waar je het beste wilt geven, die extra stap wilt zetten, juist in deze tijd. 

Alles overziend wil ik hier wat zeggen over veerkracht, de veerkracht die ik zie in onze lokale gemeenschappen. Ik ben een blijmoedig mens en ik kan genieten van de vele initiatieven, van de creativiteit, van mensen die elkaar helpen, de echte aandacht die we nu hebben voor wat er lokaal of in de familie gebeurt en de complimenten die we durven geven. En met die veerkracht in het achterhoofd wens ik u van harte een Zalig Pasen toe, in goede gezondheid!

(Column ‘Arena Lokaal’ 11 april 2020)

Meer moed tonen brengt ‘garen op de klos’ …

Tijdens meerdere bijeenkomsten in de afgelopen weken heb ik het gehad over moed, over lef tonen. Het lijkt vaak helemaal verstopt achter regels, procedures, argumenten voor, argumenten tegen, rapporten en nog meer rapporten. Maar moed is niet uitsluitend een gevolg van afgewogen keuzes. Soms is het “gut feeling” en volhouden. Het is het midden tussen zwakte en roekeloosheid, tussen lafheid en onbezonnenheid. En om verder te komen als samenleving hebben we wel moed nodig. Soms omdat je moet beslissen over zaken met belangrijke consequenties waarvan de afloop niet zeker is. Soms omdat je een controversieel standpunt met overtuiging wilt presenteren en soms omdat je confrontaties niet uit de weg wilt gaan.

Graag benoem ik als voorbeeld eens twee bijeenkomsten. Om te beginnen het goedkeuren van de plannen voor het Walkwartier tijdens de Gemeenteraadsvergadering in Oss. We hebben er jaren over gedaan en een dergelijk besluit moet goed voorbereid worden, het gaat tenslotte wel over een forse investering van tientallen miljoenen. En dan kom je op een punt waarop alle argumenten zijn uitgekauwd, je met elkaar steeds in herhaling discussieert en je vooral heel vaak hebt gezegd hoe lastig het wel niet is. En ondanks dat alles blijven er dan aan het einde toch ook gewoon onzekerheden over. Heb je dan de moed om ja te zeggen en ook te staan voor het besluit wat je neemt. Als het later goed gaat ben je natuurlijk het -baasje- maar als het niet helemaal goed uitpakt en je erop aangesproken wordt? Wat dan? Ik vind moed een positief alternatief voor de angstige en negatieve tendens die ik soms bespeur in organisaties en in de maatschappij. Er is behoefte aan moed als tegengif.

De tweede bijeenkomst was het symposium “Een toekomst voor Kerkgebouwen” in de Grote Kerk van Oss. Volgens mij kent iedereen wel de discussies over leegstaande kerkgebouwen in Brabant en dichter bij huis in onze gemeente, niet dan. We vinden naar de toekomst van die gebouwen kijken vooral lastig. (Ik heb geleerd van mijn moeder dat ‘Niemand heeft gezegd dat het makkelijk zou zijn’). Iedereen vindt er wat van en verstopt zich in zijn eigen overtuiging. Maar om ‘garen op de klos’ te krijgen zal er wat meer moed getoond moeten worden. De katholieke organisatie moet durven overwegen hoe bestaand religieus vastgoed kan worden herontwikkeld zonder direct te verkopen of aan de eredienst te onttrekken. De parochiebesturen kunnen met meer initiatief tonen en zelf plannen maken al een flinke stap zetten. Parochianen moeten vooral in gesprek willen gaan en ook luisteren naar nieuwe ideeën. En tenslotte moeten we allemaal leren accepteren dat niet alles zomaar kan in een kerk en dat het ook betaald moet worden. Ik gun ons allemaal, vanuit onze eigen rol, de moed er zo naar te durven kijken. 

Uit eigen ervaring weet ik dat moed een belangrijk element is als manager in het bedrijfsleven. Het is een eigenschap die ervoor zorgt dat je doet wat je moet doen. In onze gemeente moeten wij de komende maanden “Wonen” of “Huizen bouwen” nadrukkelijk aanpakken. In de stad, in het stadje, in dorpen en in kernen. Er zijn volop goeie initiatieven bij inwoners die maar al te graag willen. Hebben we de moed om besluiten daarover niet uit te stellen, of te verstoppen achter iemand anders of een nieuw onderzoek. Hebben we de moed om zelf de regie en verantwoordelijkheid te pakken, vertrouwen uit te spreken, het “gut feeling” te volgen en ja te zeggen? Ik heb geleerd “Wees sterk en houd moed”!

Symposium Learning Community Religieus Erfgoed Oss

Grote Kerk Oss donderdag 30 januari 2020

De twee grote glas-in-lood ramen die u hier links en rechts van mij ziet zijn uniek. De glas-in-lood ramen in het middenschip zijn uniek. Uniek voor deze kerk, uniek voor de stad en de regio. Deze ramen die de kerk toekwamen in 1857 door liefdadigheid van de familie Jurgens en andere vooraanstaande Osse families vragen zorg. Net zoals dit gebouw met haar kunstschatten en het vele andere religieuze erfgoed in onze gemeente. Dat is een stevige uitdaging en harde werken want met de liefdadigheid van toen kunnen we de kerk van vandaag niet meer onderhouden.

Een groot welkom aan u allen hier in de Grote Kerk van Oss, mijn naam is Sidney van den Bergh, ik ben parochiebestuurder van deze parochie en samen met de Talentencampus en de TU initiatiefnemer van een Learning Community. De Learning Community Religieus Erfgoed Oss. Welkom aan onze Bisschop en wethouder van Oss en welkom aan de studenten van de TU en de Avans Hogeschool. We hebben deze Learning Community opgezet als katalysator om met elkaar in gesprek te gaan over de toekomst van een kerkgebouw. En laat ik duidelijk zijn niet om die plannen morgen uit te voeren maar wel om te leren van die gesprekken, leren van studenten die blanco naar een kerkgebouw kijken. En leren van wat parochianen vinden. Doen we dat in deze Learning Community alleen voor de katholieke parochies. Nee, ook Protestantse, andere Christelijke en Moslimgemeenschappen doen mee. En we maken geen statisch rapport voor het parochiebestuur maar willen vooral een praktisch aanpak door mensen bij elkaar aan tafel te zetten en wat mij betreft is iedereen welkom aan die tafel.

Want je zou maar parochiebestuurder zijn in deze tijd. Je zou maar die parochiebestuurder zijn in een tijd waar velen een mening hebben over hoe de kerk moet omgaan met haar religieus erfgoed. Een parochiaan gewoon naar de mis in zijn kerk ook zijn ze in die kerk dan nog maar met een paar. “Waar er twee of drie bijeen zijn in mijn naam daar ben ik in hun midden” staat geschreven dus ja ik snap dat. Inwoners willen misschien juist dat het gebouw ook anders gebruikt kan worden en omwonenden zijn vaak verknocht aan het uitzicht. Het gemeentebestuur is niet de eigenaar en kan grote investeringen of onderhoudskosten niet zomaar voor haar rekening nemen. En tot slot zijn erfgoed-commissies kritisch als het gaat om het behouden van de monumentale aspecten. En ik hoef u niet te vertellen dat een parochiebestuur het voor haar begroting niet moet hebben van de collecteschaal op zondag. Om u een beeld te geven, de parochie Willibrordus reserveert op jaarbasis ongeveer 175/M voor het onderhoud van deze kerk. Dat klinkt allemaal niet voorspoedig, zijn er dan alleen maar zorgen? Nee zeker niet, want kerkgebouwen zijn er al vele honderden jaren en betrokkenen hebben in het verleden steeds de veerkracht getoond om die gebouwen als godshuis naar een volgende generatie te brengen.

Er is dus werk aan de winkel en ik wil vandaag graag twee zaken expliciet benoemen. Om te beginnen is het nodig moed te tonen en als tweede moeten we het gesprek hebben.

Moed tonen betekent dat je bijvoorbeeld als katholieke organisatie moet durven overwegen hoe bestaand religieus erfgoed her-ontwikkeld kan worden zonder het direct te verkopen of aan de eredienst te onttrekken. Hoe kan het dienstbaar blijven voor onze samenleving of hoe kan het rendement opleveren voor de parochie. Stad of dorp vragen bijvoorbeeld een plek om elkaar te ontmoeten, samen te kunnen eten, een plek om samen te zingen of kunst tentoon te stellen en toeristen te enthousiasmeren. Maar diezelfde lokale gemeenschap heeft misschien ook wel behoefte aan betaalbare huurwoningen. En eigenlijk wil niemand de plek missen waar hij of zij een kaars kan branden voor hulp en bijstand. Dus als er nood-aan-de-man is moet een parochie wat mij betref de rol pakken om meerdere functies samen te brengen zoals ontmoeten, wonen, tentoonstellen en gebed. En dat betekent ook investeren en naar een verdienmodel zoeken. Want een parochie heeft dat rendement ook gewoon keihard nodig om de toekomstige begroting sluitend te krijgen. Hebben we de moed? ’Een parochie is geen projectontwikkelaar hoor ik vaak, dat past niet bij het geloofsleven’ maar ik denk dan ’In het verleden waren de kerken de grootste vastgoed-bezitters’. Het vraagt moed na te denken om gecontroleerde nevenbestemmingen toe te staan. Hoe ingewikkeld dat ook is. Niet om dat volgende week al te besluiten maar wel om het nu op de agenda te zetten. Om vervolgens het oor te luister te leggen hoe kerkgebouwen dienstbaar kunnen zijn aan de samenleving zonder die dierbare Godslamp uit te blazen. Hebben we die moed? Aan de andere kant vraagt het ook iets van een lokale gemeenschap die niet in de kerk komt maar wel een prominente mening heeft over het wel en wee van het erfgoed. Niet alle ideeën zijn uitvoerbaar en niet alle plannen zijn betaalbaar. Soms kost het heel veel tijd en ja soms is het gewoon niet passend. Want als een kerk geen uitvaartonderneming in zijn kerk wil huisvesten bijvoorbeeld dat zullen we dat van elkaar moeten aannemen en accepteren hoe lastig dat ook kan zijn. Hebben we die moed?

Het tweede punt wat ik wil benoemen is dat we het gesprek met elkaar moeten voeren. Het gesprek met parochianen en niet parochianen, met omwonenden en met inwoners van een dorp of wijk. En ja ook met de politiek en monumentencommissies en met iedereen die zich betrokken voelt. Maak de zorgen op tijd bespreekbaar en niet op het moment dat je als parochiebestuur het besluit hebt genomen dan ben je echt te laat. In een samenleving leef je samen en moeten we ons niet voor elkaar hoeven verstoppen. Want ook iemand die nooit in de kerk komt kan ongelofelijk veel liefde hebben voor een kerkgebouw en bijbehorende kunstschatten. Dat geluid mag er ook zijn, dat moet er zijn zelfs. We kunnen leren van elkaar en de betrokkenheid vergroten door gewoon om tafel te gaan. Daarom ben ik zo blij met deze learning community waarin deelnemers gewoon een herbestemming bediscussiëren. Nogmaals niet om morgen uit te voeren maar gewoon om elkaar te inspireren. En wat zou het mooi zijn als daar straks nog studenten bijkomen van de Avans om uit te rekenen of een plan betaalbaar is. Hoe waardevol is het als in een volgend stadium ook Osse ondernemers hun kennis willen delen met studenten. Begin 2018 had ik het eerste gesprek met Marcel en bespraken we de ideeën voor het samenbrengen van studenten en een aantal kerken in Oss. We gingen heel voorzichtig van start. Begin 2019 kwam Richard erbij met de Talentencampus en bouwden we een Learning Community Religieus Erfgoed in Oss. En vandaag bespreken we ideeën van de studenten voor de kerk in Maren Kessel, Teefelen, Megen, de Heilig Hart kerk en de Visserskerk. Ik gun het alle geloofsgemeenschappen om met deze kanjers van studenten in gesprek te kunnen. En tot slot gun ik iedereen moed want er is moed nodig om het kerkgebouw zonder zorgen naar een volgende generatie te brengen, in welke vorm dan ook. Ik heb geleerd “Wees sterk en houd moed” en daar wil ik graag, met u op vertrouwen, dank u wel!

Tussen de kip en de kalkoen …

In de afgelopen weken was ik tijdens gesprekken met ondernemers te vinden in de dorpen als Herpen, Berghem en het stadje Ravenstein. In het eerste halfjaar was ik juist voornamelijk in Oss te vinden. Waarom ben je vaker in de dorpen nu? Zijn die belangrijker dan de stad? Was een vraag die ik een aantal keer heb gehad … Dus als we aandacht hebben voor het één betekent dat, dat we tegen het andere zijn? Nee toch zeker? In het nieuwe jaar gun ik ons dat we elkaar wat minder vaak -tegenover- elkaar vinden.

In het temperament om als politiek duidelijk te zijn merk ik dat een discussie vaker verhardt en simpelweg leidt tottwee kampen. Dat zie je terug bij discussies over de kosten van de zorg, het behoud van religieus erfgoed, de inzet van zonneparken en windmolens, woningen bouwen in het nieuwe Walkwartier, woningen bouwen in de kernen, investeren in sportclubs, het faciliteren van laagdrempelig ontmoeten in de wijken, extra investeren in het centrum van de stad en zo kunnen u en ik nog wel even doorgaan. Als we de discussie niet verder kunnen brengen dan een voor of tegen is er altijd een groep teleurgesteld.

Een bindend verhaal helpt om die grote onderwerpen van nu, zoals sociale ongelijkheid, duurzaamheid en doorgeslagen rendementsdenken samen aan te pakken. Zoveel mogelijk zelfredzaamheid lijkt misschien een soort toverwoord maar dat is het volgens mij niet. Immers als de eigen individuele vrijheid bijna het belangrijkste is geworden voel je je daarin ook al snel aangetast. En dat leidt dan soms tot stevige conflicten. Het zou mooier zijn als we vaker redeneren vanuit wat mensen in een lokale gemeenschap bindt door op zoek te gaan naar de gemeenschappelijke deler. Want als puntje-bij-paaltje komt wil iedereen er samen uitkomen.  

Het klinkt misschien niet spannend maar je moet met elkaar in gesprek blijven, ook als je het met elkaar oneens bent of als er conflicten zijn. Een gesprek is toch het minimale? En het heeft geen zin om alleen met verkiezingstijd in gesprekte gaan, je moet steeds willen weten hoe we ervoor staan en waar de zorgen zitten. Als lokale overheid moet je oppassen om, in die gesprekken, de lokale gemeenschap steeds te vertellen hoe iedereen erover moet denken. 

Tijdens één van de #koffiezaken deed een ondernemer een dringend beroep om echt werk te maken van woningbouw in het dorp waar hij met een aantal medewerkers de kost moet verdienen. Hij formuleerde het naar mijn idee geweldig in een paar zinnen. De gemeente kan wel vinden dat wij hier geen behoefte hebben aan nieuwe woningen maar ik heb nog niemand gehoord die vindt dat betaalbare woningen hier niet moeten komen en Ik ben niet tegen grootschalige woningbouw in de stad Oss, maar laten we dat dan samen, met wat extra inspanning, ook hier realiseren

Tijdens de afgelopen feestdagen wilde ons oudste zoontje graag kip eten terwijl de jongste graag kalkoen wilde. We hadden kunnen proberen de oudste ervan te overtuigen dat kalkoen toch echt lekkerder is. We hadden ook prima één van de twee kunnen teleurstellen met een goeie uitleg. We kozen voor kip-kalkoen rollade. Suffe middenweg? Makkelijke keuze? Nou nee, het was gewoon super lekker en iedereen zat tevreden en stralend aan tafel. 

Graag tot volgend jaar en ik wens u voor nu een mooie jaarwisseling maar bovenal een gezond en goed 2020!

Initiatiefvoorstel “Klein Leningenfonds Osse Ondernemers”

De gemeenteraad Oss wordt gevraagd te besluiten:

Een financieringsinstrument in te stellen voor het MKB in de gemeente Oss van EUR 2,0 mio door de middelen te lenen op de markt en een risicoreserve te vormen van EUR 0,16 mio

Initiatiefvoorstel CDA Oss “Klein Leningenfonds Osse Ondernemers”

Onderwerp

Initiatiefvoorstel van het CDA Oss inzake de financiering van (innovatieve) MKB bedrijven in de gemeente Oss middels een “Klein Leningenfonds Osse Ondernemers”

Hoe in te zetten?

Het “Klein Leningenfonds Osse Ondernemers” een instrument te laten zijn om:

1) MKB centrumondernemers te enthousiasmeren en faciliteren zich te bewegen van de “schil” naar de “pit”

2) MKB ondernemers te faciliteren bij hun investeringen voor vernieuwing en innovatie

3) MKB ondernemers te faciliteren bij hun investeringen voor continuïteit

Inleiding

Een MKB ondernemer die continuïteit nastreeft om daarmee ook op lange termijn in zijn inkomen en dat van zijn medewerkers te kunnen voorzien zal moet blijven vernieuwen en investeren in zijn bedrijf. Een bedrijf verstevigt daarmee zijn concurrentiepositie, blijft werken aan onderscheidend vermogen en is in staat te anticiperen op veranderingen in de markt. De veranderingen in de markt hebben steeds vaker te maken met digitalisering, automatisering en efficiency van processen om aan de behoefte van klanten te kunnen blijven voldoen. We spreken steeds vaker van innovatie als een bedrijf vernieuwt en investeert en daarmee inspeelt op veranderingen in de markt. Feitelijk doen bedrijven dat al decennialang en worden ze daarbij gefaciliteerd door kredietverstrekkers om de investering (deels) te financieren.

Probleemstelling

Op basis van gesprekken met MKB ondernemers in Oss, op basis van de Financieringsmonitor van het CBS per 1 februari 2019 en op basis van de bevindingen van het CPB per 11 juni 2019 blijkt dat het micro- en kleinbedrijf nog steeds lastig toegang heeft tot een financiering, ook in Oss. Dit ondanks een toename van de mogelijkheden van crowdfunding, Qredits en een veelvoud van Business Angels.

Motivatie

Het CDA Oss constateert dat MKB van essentieel belang zijn voor de lokale economie. Zij geven kleur aan het ondernemerslandschap van onze gemeente en brengen de broodnodige diversiteit. Anderzijds brengen deze ondernemers werkgelegenheid en dragen bij aan het lokale verenigingsleven. Wij hebben in Oss ook deze MKB bedrijven keihard nodig, het is de onmisbare motor voor de Osse economie. Als we de economische structuur van Oss willen versterken en onze concurrentiepositie willen verbeteren dan kunnen we niet om het MKB heen. Het CDA Oss vindt, op basis van de beschreven probleemstelling, dat we MKB ondernemers moeten faciliteren omdat een sterk MKB bijdraagt aan onze lokale economie en werkgelegenheid. Daar waar de markt niet kan voorzien in een behoefte en waar er een ‘maatschappelijke noodzaak’ ontstaat kan de overheid een rol pakken om in die behoefte te voorzien.

Bevoegdheid

Onderliggend voorstel betreft autonoom economisch beleid. De gemeenteraad heeft het recht initiatiefvoorstellen in te dienen.

Risico’s

De risico’s die samenhangen met het instellen van het “Klein Leningenfonds Osse Ondernemers” betreffen de uitvoering en als gevolg daarvan een (te) groot debiteurenrisico. Indien te gemakkelijk een lening wordt verstrekt neemt het risico op wanbetaling toe en kan per saldo een negatief rendement ontstaan in het fonds. De risico’s worden op verschillende manieren gemitigeerd:

– cofinanciering met een bank en/of andere externe financier; gebruikmakend van de uitvoering van deze externe partij

– expertise inhuren voor het beheer en de uitvoering bij een externe partij die de essentie van het fonds onderschrijft

Toelichting

Een aantal ontwikkelingen op een rij:

I. In de periode 2008 – 2010 is de vermogenspositie van het MKB fors aangetast. En omdat de binnenlandse economie zich slechts langzaam heeft hersteld, hebben MKB bedrijven daarvan nog lang last gehad bij het verkrijgen van een financiering.

II. Het potentieel onderpand voor een krediet is sterk in waarde afgenomen en veel kredietverstrekkers hebben de bevoorschottingspercentages verlaagd. Bovendien wordt steeds vaker een sectorbeleid toegepast waardoor sommige sectoren op basis van dat beleid nagenoeg niet gefinancierd worden. Wat dan ook geldt voor de goed presterende uitzonderingen.

III. Het MKB moet ook investeren om als bedrijf “bij te blijven” en mee te kunnen doen in een veranderende markt en moeten veelal het wiel zelf uitvinden.

IV. Het is voor kredietverstrekkers kostbaar om de maatwerkbeoordeling van kleine kredietvolumes in te schatten. Bovendien kan dat ook niet altijd worden door vertaald in de tarieven. Daarom maken kredietverstrekkers steeds vaker gebruik van een geautomatiseerd proces waarbij de acceptatienormen strakker worden gesteld en waardoor meer ondernemers, bij aanvang, niet in aanmerking komen.

V. Specifiek voor middelgrote steden en dus ook voor Oss geldt een uitdaging voor veel detaillisten. Naast investeringen zoals beschreven is leegstand een bekend issue. Het zou een impuls kunnen geven wanneer meer detaillisten uit de ‘schil’ naar de ‘pit’ van Oss verhuizen en zich daarbij gesteund voelen middels een financiering.

Klein Leningenfonds Osse Ondernemers

De leningen zijn bedoeld voor het verrichten van investeringen in materiële vaste activa maar kunnen ook gebruikt worden voor het uitbreiden van werkkapitaal. De omvang van het merendeel van het Osse MKB bedrijf volgend, behoren tot de doelgroep bedrijven met 2 of meer medewerkers tot een maximum van 10 medewerkers.

Mogelijke kenmerken

Omvang EUR 2,0 mio, middelen eenmalig niet perse revolverend

Omvangen leningen EUR 25/M minimumbedrag tot EUR 250/M maximum

Looptijd lening afhankelijk van type investering of doel aanwending kapitaal gemiddeld 3 jaar, maximaal 12 jaar

Gemiddelde hoofdsom EUR 70/M

Rentepercentage 12 maands Euribor met zero-floor en een risico opslag conform richtlijnen van de EU (marktconform). Minimumpercentage 2,5% met een gemiddelde van 4%

Hefboomfinanciering minimaal 50% van de investering / kapitaalbehoefte gefinancierd door kapitaal derden

Beoordelingscriteria risicoprofiel, verdiencapaciteit en zekerheden van de onderneming

Kosten opbrengsten en saldo

Bij een initiële fondsomvang van EUR 2,0 mio is het begrote saldo van het fonds met kosten en opbrengsten mogelijk als volgt. Voor het fonds zal een risicoreserve worden gevormd van 8%. Op het einde van de looptijd van het fonds valt de voorziening uit het fonds weer vrij.

MKB Leningenfonds + EUR 2.000.000

Renteopbrensten + EUR 240.000

Afsluitprovisie + EUR 20.000

Kosten fondsbeheer – EUR 60.000

Risicoreserve – EUR 160.000

Eindsaldo EUR 2.040.000

Uitvoering en beheer

De volgende uitgangspunten zullen worden gehanteerd voor de uitvoering en beheer van het fonds.

– Uitvoering en beheer wordt belegd bij een uitvoeringsorganisatie die de grondgedachte van het fonds kan doorleven. Expliciet zal in overleg, bij de beoordeling meer geleund moeten worden op het perspectief in plaats van uitsluitend op het verleden.

– Voor het leningenfonds zal de bemiddeling zoveel als mogelijk worden gedecentraliseerd in de vorm van een aanspreekpunt op een plek in de gemeente Oss. MKB ondernemers kunnen zich hier richten met (aan)vragen over het fonds. De Osse banken en accountants kunnen hier een bemiddelende en informerende rol in spelen.

– Beoordeling voor de aanvragen voor het leningenfonds worden voorgelegd aan een kredietcommissie. In deze commissie wordt expertise geborgd.

Oss, 12 december 2019

CDA Oss

Mari van Kilsdonk

Sidney van den Bergh

“Lokaal ondernemerschap in een fractie van een seconde“

Vanavond was ik nog even op bezoek bij een lokale, ambachtelijke ondernemer. Gewoon even bijpraten, maar hij was nog hartstikke druk omdat de lokale vereniging hem om producten had gevraagd uit zijn winkel voor het komende evenement. Vandaag vrijdag 15 november is het de Dag van de Ondernemer. Is dat nou nodig zo’n dag? Ja dat is nodig, het is goed om met elkaar stil te staan bij het lef en doorzettingsvermogen van ondernemers en wat zij betekenen voor onze lokale gemeenschap. 
Ondernemerschap biedt kansen op werk en inkomen en levert belastinginkomsten op waarmee onze publieke voorzieningen kunnen worden betaald. In Oss hebben we ruim 100 bedrijven per 1000 inwoners. Ruim 18.000 mensen in onze gemeente werken bij ‘kleinere’ lokale bedrijven en dan heb ik het nog niet eens over de meer dan gemiddelde hoeveelheid ZZP’ers. Daarmee zijn ze de onmisbare motor voor de Osse economie. Deze lokale ondernemers werken niet voor “aandeelhouderswaarde” of voor de korte termijn. Vaak willen deze ondernemers gewoon een boterham verdienen, eventuele medewerkers van een inkomen voorzien, een mooi product of mooie dienst verkopen en bijdragen aan de lokale gemeenschap. Ze werken niet alleen voor de winst, maar ook omdat ze van betekenis willen zijn voor onze samenleving. Want als er lokaal wat te doen is vragen we hem al snel om een bijdrage te leveren. De sponsoring van een vereniging, iets lekkers bij de koffie tijdens een evenement of een advertentie in een clubblad. Soms wordt een leegstaande ruimte gevraagd of worden materialen geleverd om iets te kunnen bouwen. Ik vind dat mooi. Mensen en ondernemers bloeien en de gemeenschap groeit. 
Daarnaast zal die MKB ondernemer wel degelijk ook moeten blijven vernieuwen en investeren in zijn bedrijf. Hij moet daarmee zijn concurrentiepositie verstevigen en blijven werken aan onderscheidend vermogen. Daar moet je lef en doorzettingsvermogen voor hebben. Want de veranderingen gaat snel en hebben steeds vaker te maken met digitalisering en automatisering. En soms betekent dat dan het einde van iets waarmee je lang je boterham hebt verdiend. We gebruiken steeds vaker het woord ‘innovatie’ als een bedrijf iets nieuws gaat doen en daarmee inspeelt op veranderingen in de markt, maar eigenlijk is dat van alle tijden. Wat niet van alle tijden is, is dat u en ik als consument steeds vaker meer en meer keuze krijgen. Bijvoorbeeld in prijs, kwaliteit, levertijd en varianten. Voor veel aankopen besluiten we in een -fractie van een seconde- waar we de aankoop doen. Soms op basis van prijs, soms op basis van kwaliteit maar soms ook gewoon omdat … tja geen idee eigenlijk. 
Op de Dag van de Ondernemer nodig ik u uit om met mij stil te staan bij wat die -fractie van een seconde- betekent voor de ondernemer bij u om de hoek, die deel is van de lokale gemeenschap. En als we dan met elkaar kunnen afspreken dat we voortaan bij ‘twijfel’ waar we zullen kopen gewoon vaker kiezen voor de ondernemer in de buurt dan krijgt die Dag van de Ondernemer pas echt betekenis.